Allianz en de uitdagingen rond duurzame ontwikkeling 

In maart 2018 stelde de Europese Commissie ambitieuze doelstellingen rond duurzame ontwikkeling vast, die tegen 2030 moeten worden bereikt. De Europese Unie heeft zich immers tot doel gesteld om tegen 2050 de eerste klimaatneutrale ruimte te zijn. Dit actieplan voor duurzame financiering omvat tal van actoren uit de private financiële sector, zoals verzekeraars. 
Allianz heeft niet gewacht op het Europese actieplan om zich te engageren voor duurzaamheid. 
Bekijk hier onze duurzame milestones:
2011
ondertekening van de « Principles for Responsible Investment » (PRI) van de Verenigde Naties (www.unpri.org) door Allianz. Dit is een initatief van beleggers dat, samen met het financieringsinitiatief van het VN-Milieuprogramma (UNEP FI) en de Global Compact van de Verenigde Naties, zes beginselen voor verantwoord beleggen heeft opgesteld.
2015
Allianz belegt niet meer in bedrijven die meer dan 30% van hun inkomsten uit steenkoolwinning halen.
2018
Allianz Group sloot zich aan bij het Science Based Targets-initiatief (SBTI). Allianz-groep heeft zich er op die manier toe verbonden om langetermijndoelstellingen vast te leggen voor de verlaging van de uitstoot bij zijn activa en bedrijfsprocessen die het doel van het Klimaatakkoord van Parijs ondersteunen. 
2019
richtte Allianz-groep samen met andere beleggers de door de VN bijeengeroepen “Net-Zero Asset Owner Alliance” (AOA) op. Als lid van die vereniging verbinden we ons ertoe om de CO2-uitstoot van onze beleggingsportefeuilles tegen 2050 naar nul terug te brengen.
Deze ambitie om tegen 2050 koolstofneutraal te zijn, wordt gedeeld door de Europese Commissie, die van duurzame financiering een prioriteit en een belangrijke pijler binnen haar actieplan heeft gemaakt.
We halen de economische activiteiten op basis van steenkool geleidelijk uit onze beleggings- en verzekeringsactiviteiten. Sinds 2015 zijn we gestopt met investeren in bedrijven die meer dan 30 % van hun omzet uit de winning van steenkool halen of in nutsbedrijven die meer dan 30 % van hun elektriciteit op basis van steenkool opwekken. Vanaf 1 januari 2023 wordt deze drempel verlaagd tot 25 %, en we zijn van plan om deze drempel tegen 2040 tot 0 % te herleiden. 
In 2019 werkte Allianz mee aan de oprichting van de ‘Net Zero Asset Owner Alliance’ (NZAOA), een coalitie van institutionele beleggers, om tegen 2050 de doelstelling van netto-nuluitstoot te realiseren. De alliantie telt vandaag meer dan 60 leden en heeft meer dan 10.000 miljard activa in beheer. In 2021 hebben de leden van de NZAOA-doelstellingen voor een daling op korte termijn vastgelegd voor de uitstoot veroorzaakt door beleggingsportefeuilles. Allianz heeft zich tot doel gesteld deze investeringen tegen 2025 met 25 % te verminderen ten opzichte van 2019. 
  • is een classificatiesysteem waarmee alle financiële actoren een gemeenschappelijk en genormaliseerd beeld krijgen van wat als een ‘duurzame’ of ‘groene’ activiteit moet worden beschouwd. Dit systeem moet investeerders helpen hun investeringen op milieuvriendelijke economische activiteiten te richten. 
  • De investeringen zijn opgebouwd rond 6 doelstellingen:
  • Beperking van de klimaatverandering;
  • Aanpassing aan de klimaatverandering;
  • Duurzaam gebruik en bescherming van water/oceanen;
  • Overgang naar een circulaire economie;
  • Preventie en beheersing van verontreiniging;
  • Bescherming en herstel van ecosystemen
  • Geen van deze milieudoelstellingen mag een van de vijf andere doelstellingen schaden. 
  • wil meer transparantie bieden op het vlak van maatschappelijke en ecologische verantwoordelijkheid binnen de financiële markten. Zo moeten de betrokken financiële actoren onder meer nauwkeurige informatie verstrekken over duurzaamheid van financiële producten. De regelgeving wil in eerste instantie de classificatie van elk product volgens zijn kenmerken definiëren: artikel 6, 8 en 9 SFDR.
  • Artikel 6 SFDR: het product promoot de ecologische en/of sociale kenmerken niet en streeft geen enkele duurzame beleggingsdoelstelling na.
  • Artikel 8 SFDR: het product promoot ecologische en/of sociale kenmerken, ook al is dat niet het belangrijkste voor het product, noch voor het beleggingsproces.
  • Artikel 9 SFDR: het product streeft een duurzame beleggingsdoelstelling na. Duurzaam beleggen is duidelijk gedefinieerd en staat centraal in het beleggingsproces. 
  • werd door de Europese Commissie goedgekeurd om bij beleggingsadvies en portefeuillebeheer rekening te houden met de voorkeuren van de klant inzake duurzaamheid (milieu, sociaal en deugdelijk bestuur).  Concreet zal u als klant uw verzekeringsmakelaar moeten meedelen in welke mate u wenst te investeren in duurzame beleggingen (SFDR), ecologisch duurzame beleggingen (EU-taxonomie) en/of financiële instrumenten die rekening houden met de belangrijkste negatieve effecten (BNE) op de duurzaamheidsfactoren.  

Duurzame financiering verwijst naar praktijken binnen de financiële sector die bij de waardering van een economische activiteit rekening houden met de criteria Ecologie, Sociaal en corporate Governance.

Op beleggingsvlak vertaalt dit zich in een beter risicobeheer en het genereren van duurzame prestaties op lange termijn. 

De initialen ESG staan voor

E = Milieu – Bijvoorbeeld: CO2-uitstoot, waterbeheer, klimaatverandering

S = Sociaal – Bijvoorbeeld: uitsluiting van kinderarbeid, respect voor mensenrechten, strijd tegen discriminatie

G = Governance – Bijvoorbeeld : de onafhankelijkheid van de raad van bestuur, de strijd tegen corruptie, de naleving van de belastingwetgeving door de onderneming.

  • De indicatoren van de belangrijkste negatieve effecten (BNE) staan centraal in duurzame financiën en zijn van essentieel belang om de doelstellingen ervan te begrijpen. De BNE's zijn de belangrijkste negatieve effecten op de duurzaamheidsfactoren die kunnen leiden tot beleggingsbeslissingen.
  • Enkele voorbeelden van indicatoren zijn de uitstoot van broeikasgassen, de blootstelling aan de sector van de fossiele brandstoffen, de hoeveelheid gerecycleerd en hergebruikt water, aantasting van de bodem, genderdiversiteit in de raden van bestuur en incidenten die verband houden met discriminatie.
  • Er zijn 18 verplichte indicatoren.
  •  
  • De belangrijkste negatieve effecten zijn bedoeld om beleggers/klanten ertoe aan te zetten deze informatie te gebruiken om de fondsen te selecteren waarin ze willen beleggen, alsook opdat deze fondsen zouden kiezen die beleggen in ondernemingen die de negatieve effecten op de duurzaamheidsfactoren zoveel mogelijk proberen te beperken.
  •  
  • In dit document vind u de belangrijkste negatieve effecten te zien die kunnen worden weerhouden bij het nemen van beleggingsbeslissingen door Allianz Benelux met betrekking tot de door Europa gedefinieerde duurzaamheidsfactoren.

  • Vanaf 1 januari 2023 zal Allianz op de website meedelen welke fondsen al dan niet rekening houden met negatieve effecten op de duurzaamheidsfactoren. 
  • Het duurzaamheidsrisico: dit is het in aanmerking nemen van milieu-, sociaal- of governance-gerelateerde gebeurtenissen (ESG) die, indien ze zich voordoen, potentieel aanzienlijke negatieve gevolgen kunnen hebben voor de investeringen (BNE), de rentabiliteit of de reputatie van Allianz Benelux of van een van de bedrijven binnen de groep. Enkele voorbeelden van ESG-risico’s zijn klimaatverandering, verlies van biodiversiteit, schending van erkende arbeidsnormen of corruptie.
  •  
  • Als verzekeraar moeten we een aantal wetten respecteren. Klik hier voor ons bezoldigingsbeleid. Dit maakt integraal deel uit van het risicobeheer en integreert de risico’s inzake duurzame ontwikkeling op verschillende vlakken: bepaling van de doelstellingen, variabele vergoeding van de leden van het topmanagement.   
  • Om na te gaan welke bedrijven getroffen worden door onze uitsluitingscriteria, doen we een beroep op de dataleveranciers ISS Ethix en MSCI ESG Research. Onze vermogensbeheerders ontvangen regelmatig een uitsluitingslijst met alle bedrijven en landen die onze uitsluitingscriteria schenden. We controleren maandelijks of deze uitsluitingen worden nageleefd en blijven dit opvolgen.
  • Wanneer zij beleggingsbeslissingen nemen, houden onze vermogensbeheerders rekening met de manier waarop bedrijven omgaan met maatschappelijke en ecologische kwesties en ze besteden aandacht aan een goede corporate governance. Ze gebruiken daarvoor onze speciale ESG-richtslijnen en onze ESG-scoring, waarbij de ESG-prestaties van bedrijven en landen worden geregistreerd op basis van een extern evaluatiemodel van MSCI ESG Research. Voorbeelden van de criteria voor ESG-prestaties zijn : CO2-uitstoot, waterverbruik (milieu), richtslijnen voor gezondheid en veiligheid, opleiding van medewerkers (sociaal), loning van medewerkers en naleving van de fiscale wetgeving (governance), enz.
  • Onze vermogensbeheerders moeten regelmatig (ten minste één keer per jaar) motiveren waarom ze mogelijk emittenten met een slechte ESG-rating hebben verworven. Zo zien we erop toe dat de ESG-risico’s geïntegreerd zijn in het portefeuillebeheer.
  • Voor niet-beursgenoteerde activacategorieën, zoals infrastructuurprojecten of vastgoed, hebben we hoofdcriteria vastgesteld voor 13 gevoelige sectoren : mensenrechten, wapens en defensie, landbouw (inclusief visserij en bosbouw), dierenwelzijn, dierproeven, klinische studies, waterkracht, mijnbouw, olie en gas, kernenergie, infrastructuur, seksindustrie, wedden en gokken. De voornaamste risico's werden gedefinieerd op basis van internationale normen en in samenspraak met gerenommeerde niet-gouvernementele organisaties. Als een belegging in een van deze sectoren wordt overwogen, moeten onze vermogensbeheerders eerst nagaan of er op basis van deze hoofdcriteria duurzaamheidsrisico’s bestaan. Bij bestaande risico’s wordt een beoordeling uitgevoerd door de vermogensbeheerder en de ESG-experts van Allianz.